SSPF. Forever young.
Jaarverslag 2020 - Stichting Shell Pensioenfonds
Uw pensioen, uw toekomst
Love your future. Shell Pensioen

Interview met de 103- jarige deelneemster mevrouw Boesterd-Poll

“Het is nauwelijks voor te stellen dat ik zo oud ben”

Suus den Boesterd-Poll uit Naarden is 103 jaar oud. In 1971 ging ze met pensioen.
Haar eerste baan bij Shell was op de personeelsafdeling van de Bataafse Petroleum Maatschappij (B.P.M.) het latere Koninklijke Olie en Shell in Soerabaja, voormalig Nederlands-Indië. “Verschillende kennissen die in de 90 zijn, zeggen: voor mij hoeft het niet meer. Dat heb ik helemaal niet.”

Op het tafeltje in de voorkamer staat een schaaltje met spritsen. Ernaast een blikkendoos met het gehoorschelpje, dat door de interviewer eerst van een batterij wordt voorzien. Suus zegt dat de moerascipressen voor haar huis nog ieder jaar roestbruin kleuren. Een betoverend gezicht, vindt ze. Aan de muur hangen schilderijen met schepen op de Javazee en een kampong in de rijstvelden.

1918, de rimboe

“Ik ben geboren op Moeara Teweh in hartje Borneo. Midden in de rimboe tussen de oorspronkelijke bevolking van het eiland, de Dajaks. Het was er zo afgelegen, dat er geen Nederlandssprekende scholen waren. Mijn vader was officier in het leger, we kregen les van mijn moeder. Pas toen ik bijna zes jaar oud was, ben ik in Kota Radja in Noord-Sumatra voor het eerst naar school gegaan. Alhoewel ik in de loop der jaren veel woorden ben vergeten, spreek ik nog steeds Indonesisch.

Oorlog

“Het was een rare tijd toen ik bij Shell aan de slag ging. Australië was in oorlog met Japan en alleen de Nederlandse regering was zo naïef om te denken dat de Japanners aan Indië voorbij zouden gaan. Mijn vader kende de heer Oudraad, de toenmalige baas van Shell in Indië. Ik begon op het hoofdkantoor in Soerabaja (Oost-Java), waar ik brieven moest opnemen en vertalen. Maar al snel werd ik ontslagen, omdat ik in het huwelijk trad met mijn eerste man, een Nederlandse marineofficier. In die tijd was het heel normaal dat getrouwde vrouwen hun baan verloren. Ik mocht terugkomen, doordat de Tweede wereldoorlog was uitgebroken en er geen nieuwe employees vanuit Holland naar Indië kwamen.

De vijand

“Op het moment dat het Japanse leger Soerabaja binnenviel, stonden honderden Indonesiërs en Europeanen aan de straatkant te kijken. Ook mijn moeder en ik vergaapten ons aan de marcherende soldaten. Krankzinnig genoeg, drong het niet tot ons door, dat dit geen show was, maar realiteit: de intocht van de vijand. Snel daarna zou die vijand ons opsluiten in Banjoebiroe, een vrouwengevangenis vlakbij Yogyakarta met meer dan tweeduizend gevangenen. Je sliep er op houten planken met 90 centimeter ruimte per persoon. We hebben het overleefd. Ook mijn vader kwam heelhuids terug van de Birma- spoorlijn. Mijn man wist de dans te ontspringen. Twee dagen voordat wij gevangen werden genomen, ontsnapte hij per boot naar Australië.

“In al die jaren van de Japanse bezetting is Shell geweldig voor me geweest”

Bevrijding

“In al die jaren van de Japanse bezetting is Shell geweldig voor me geweest. Er kwam zelfs iemand van het hoofdkantoor naar de gevangenis om mij de dag na de vredesondertekening met Japan een toelage van 45 gulden per maand te overhandigen. Er zat een briefje bij met opbeurende woorden en de mededeling dat ik in de afgelopen vierenhalf jaar gewoon was doorbetaald. Omdat we geen dak meer boven ons hoofd hadden en de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, werden we nog maandenlang in het kamp vastgehouden.

Naar Nederland

“Vlak na onze vrijlating en hereniging met mijn vader en man, kwam mijn echtgenoot om het leven bij gevechtshandelingen op Java. Het enige wat ik toen nog wilde, was weg uit Indonesië en naar Nederland. Met de boot ben ik uiteindelijk in Rotterdam aangekomen. In Amsterdam kreeg ik werk bij de personeelsafdeling van het Shell Laboratorium aan ’t IJ. Het waren leuke jaren. Via mijn collega’s leerde ik de stad kennen. Wat ik in Indië had gemist aan cultuur, kon ik nu bijschaven.”

Pensioen

“Aan het eind van mijn loopbaan bij Shell verhuisde ik naar Overhoeks, de huidige Amsterdam Tower. Ik vond er niet veel aan. De directievleugel was op elf hoog en je zag alleen maar de lucht en de veerpont. Het was er bovendien akelig stil door de dikke vloerbedekking. Na mijn pensionering ben ik in het hele land familieleden gaan opzoeken die ik nog nooit had ontmoet en omdat ik enig kind ben - mijn broertje stierf op negenjarige leeftijd aan de mazelen - heb ik iedere dag voor mijn ouders gezorgd.”

Samenwonen

“Na de oorlog heb ik altijd contact gehouden met een goede vriend die ook uit Soerabaja kwam en getuige was geweest op mijn huwelijk. Toen zijn echtgenote overleed, ben ik na enige tijd met hem gaan samenwonen. Mijn nieuwe partner was een goede kerkganger en ik werd meteen opgenomen in zijn kennissenkring. Nog steeds komen zes dames van de Remonstrantse kerk in Naarden per toerbeurt iedere week op bezoek en helpen me met de boodschappen. Ik ben dankbaar voor elk bezoek.”

Oud?

“In februari ben ik 103 geworden. Het is nauwelijks voor te stellen, dat ik zo oud ben. Verschillende kennissen die in de 90 zijn, zeggen: ‘voor mij hoeft het niet meer’. Dat heb ik helemaal niet. Ik ben nog veel te nieuwsgierig en geïnteresseerd. Dan denk ik vaak, och jee, dat maak ik straks niet meer mee. De eerste maanvlucht was geweldig, nu gaan ze naar Mars. Waarschijnlijk zal ik dat niet meer beleven.

Terug in de tijd

“Als ik de slaap niet kan vatten, zie ik heel veel van mijn vroegste kinderjaren terug. Het huis in Borneo, de meeste plaatsen in Indië waar we hebben gewoond, de kleine kampementen in de jungle. Alle details. Ik kan ze letterlijk terughalen. Even ben ik echt in die tijd. Geen nostalgie hoor, want Indië heb ik nooit gemist, noch de behoefte gevoeld om een keer terug te keren. Het is zo veranderd en ik voel me thuis in Nederland. Een mooi en vrij land. We mogen blij zijn dat we er wonen.”

Nu

“Ik ben dol op lezen en ga graag naar musea en concerten. Tot mijn 78ste heb ik getennist en tot mijn 98ste autogereden. Alleen de garage inrijden vond ik lastig. Koken doe ik ook niet meer. Ik krijg kant-en-klaar maaltijden en thuiszorg komt iedere avond om me te helpen. Ook de twee zonen van mijn overleden partner zorgen heel goed voor me.”

Toekomst

“Ik hoop dat ik hier in huis kan blijven wonen tot ik er niet meer ben. Het bejaardentehuis is voor mij een schrikbeeld. Bovendien; de mensen komen hier graag op bezoek. Ik denk dat dat komt, omdat ik geïnteresseerd ben in hun leven. Mij kan verplaatsen in mijn bezoekers en hun hele familie. Veel oude mensen die ik spreek, lijken alleen geïnteresseerd in hun eigen straatje.”